Tweede Wereldoorlog en onafhankelijkheid

Hier lees je over de Tweede Wereldoorlog en over de gevolgen daarvan in Palestina. Het is een moeilijk stukje geschiedenis, vooral omdat er zoveel verschillende gebeurtenissen tegelijkertijd plaatsvonden en invloed op elkaar hadden. Daarnaast is er heel veel gevochten in deze periode en vielen vreselijk veel slachtoffers. Aan de ene kant is het dus een lastige en duistere periode van het verleden, maar aan de andere kant is er ook veel goeds uit voortgekomen: een onafhankelijk Israël waar Joden uit de diaspora welkom zijn.

SHOAH (Holocaust)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het racisme, wat generaties lang in Europa aanwezig was, zich tot zijn meest gewelddadige vorm: genocide. De Joden waren, samen met de zigeuners, homoseksuelen en verstandelijk gehandicapten, het doelwit van de nazi’s (Duitse nationaal-socialisten). Miljoenen mensen, voornamelijk Joden, werden op systematische wijze beroofd van hun bezittingen, op grote schaal vermoord en hun lichamen op onmenselijke wijze vernietigd. Dit noemen we de Holocaust of Shoah in Hebreeuws. Bijna alle Europese joden kwamen om.

Tijdens de oorlog bleef het relatief rustig in Palestina. Het Britse bestuur hield Joodse vluchtelingen uit Europa echter wel tegen om de lokale Arabische bevolking tevreden te houden. Lokale Arabische leiders, zoals de mufti (heer) van Jeruzalem, uitten immers openlijk hun sympathie voor de nazi ideologie en probeerden de lokale bevolking tegen de Joden op te stoken.

VLUCHTELINGEN

Nadat Europa bevrijd werd door de Geallieerden, probeerden de Joodse overlevenden zich een weg te banen naar Palestina. Dit werd door de strenge immigratiewetten van de Britten vaak gedwarsboomd. Het kwam dan ook bijvoorbeeld voor dat een schip genaamd Exodus 1947 met aan boord duizenden overlevenden teruggestuurd werd naar Europa waar de passagiers gedwongen werden uit te stappen in Duitsland, het land waar ze korte tijd daarvoor voor de dood moesten vluchten!

Na de Tweede Wereldoorlog riepen veel landen rond Palestina, die onder Britse of Franse leiding stonden, hun onafhankelijkheid uit: Libanon, Irak en Syrië gingen bijvoorbeeld na enkele jaren op eigen voet verder. Het huidige Jordanië werd, hoewel het onderdeel was van het Palestijnse mandaatgebied, in 1946 onafhankelijk. Hiermee werd 80% van het grondgebied waarop een Joods thuisland gevestigd zou moeten worden aan de Arabieren toegekend.

De Britten gaven op 30 september 1947 aan het mandaat over de rest Palestina ook op te willen geven. Niet alleen kregen zij namelijk internationale kritiek vanwege het weigeren toegang te verlenen aan Joodse overlevenden maar het geweld tussen Joden en Arabieren van vóór de oorlog richtte zich nu ook op de Britten zelf.

DELINGSPLAN

Inmiddels waren de Verenigde Naties (VN) in het leven geroepen als opvolger van de Volkenbond van voor de Tweede Wereldoorlog. Na de aankondiging van de Britten om het mandaat te beëindigen per 15 mei 1948, stelde de Speciale Commissie voor Palestina van de VN voor om Palestina op te delen in een Joods en Arabisch gebied. Hierbij zou Jeruzalem een neutrale hoofdstad worden dat onder internationaal toezicht zou staan. Dit voorstel werd op 29 november 1947 aangenomen als Resolutie 181 van de Algemene Vergadering: het Delingsplan van de VN.

Vrijwel meteen nadat het voorstel aan was genomen laaide het geweld in Palestina op. Terwijl Joden het voorstel steunden, vreesden Arabieren hun land kwijt te zullen raken: zij waren tegen iedere vorm van verdeling. In een poging de aanvallen van Arabieren tegen te gaan, pakten de Joodse militaire organisaties waaronder de “Haganah” (de Verdediging) ook zelf de wapens op.

Het geweld nam vanaf januari 1948 steeds meer de vorm aan van een burgeroorlog. Dit werd onder meer mogelijk door het gebrekkige optreden van de Britten. De Arabieren werden gesteund door omringende Arabische landen terwijl de Joden steun zochten en kregen van Amerika en zelfs aanvankelijk van de Sovjet Unie. Opvallend detail was de rol van de nieuwe Jordaanse koning Abdullah. Deze monarch stond vooral positief tegenover het Delingsplan aangezien hij de Arabische gebieden bij zijn koninkrijk in wilde lijven!

Het is rond deze tijd dat de Druzen, een Arabische minderheid in het Midden-Oosten, niet langer voor de Arabische strijdkrachten vochten. Zij verwachtten een betere toekomst onder Joods bestuur te hebben en streden daarom aan de kant van de Joden.

ONAFHANKELIJKHEID

Op 14 mei 1948, de dag voordat het Britse mandaat af zou lopen, werd de onafhankelijkheid van het Joodse gebied uitgeroepen door haar eerste premier: David Ben-Goerion. Het land heet vanaf dat moment Israël.

In de eerste dagen na de onafhankelijkheidsverklaring van Ben-Goerion vielen de staatslegers van Libanon, Syrië, Egypte en Jordanië de regio binnen met hulp van bijvoorbeeld Irak, Saudi-Arabië en Yemen. Zij wilden de Arabieren beschermen en benadrukten dat zij een Palestijnse staat wilden stichten waarin ook Joden plaats konden hebben. Het was echter voor de Tweede Wereld Oorlog al duidelijk dat dit nagenoeg onmogelijk was, gezien het geweld in die periode.

In deze periode vielen Jordaanse strijdkrachten Jeruzalem binnen. Al snel bezetten zij de Arabische en Joodse wijk in het oude centrum. Hierop dwongen zij de Joodse bevolking van deze stad te vertrekken.

OORLOG TUSSEN STATEN

De Haganah en andere militaire organisaties werden op 26 mei samengevoegd tot de Israeli Defence Forces (IDF). Vanaf dat moment betrof het dus echt een staatsleger dat tegen andere staatslegers aan het vechten was. Kortom, het begon allemaal met plaatselijk geweld en laaide op tot een burgeroorlog om uiteindelijk een officiële oorlog te worden: de Onafhankelijkheidsoorlog van Israël.

Dankzij de goede organisatie en de brede ervaringen van onder andere de Haganah en vanwege de toenemende immigratie van andere Joden, bleek de IDF een sterke tegenstander te zijn voor de Arabische legers. Na enkele mislukte wapenstilstanden, waarin de VN probeerden een diplomatieke oplossing te vinden, gingen de Israëliërs over van verdediging op aanval.

WAPENSTILSTAND

De Israëliërs waren zo succesvol tijdens deze aanval dat de Arabische troepen uiteindelijk allemaal terug werden gedwongen. Uiteindelijk werd het Joodse gebied iets groter dan aanvankelijk in het Delingsplan voorgesteld stond. Met de verschillende Arabische aanvallers werden nu wapenstilstanden getekend: met Egypte op 24 februari, met Libanon op 23 maart, met Jordanië op 3 april en met Syrië op 20 juli 1949. De grenzen werden voorlopig zo vastgelegd (hier komt nog een plaatje).

De Westelijke Jordaanoever behoorden vanaf dat moment bij Jordanië en de Gazastrook bij Egypte.

Zowel Joodse als Arabische burgers van Israël werden in enkele gevallen het slachtoffer van vreselijke oorlogsmisdrijven. Terwijl er geen uitweg was voor de Joodse inwoners, vluchtten vele Arabische inwoners uit angst voor dit geweld naar omringende landen. Ongeveer 700.000 Arabieren baanden hun weg naar bijvoorbeeld Libanon, Egypte en Jordanië en besloten hier te blijven. Het niet kunnen of willen terugkeren van deze Arabieren is de reden van veel geweld tot op de dag van vandaag en leidt vaak tot felle discussies in andere landen.

 

Om officieel een land te kunnen zijn moet je erkend worden door andere landen. Het eerste land om Israël te erkennen waren de Verenigde Staten na slechts elf minuten! Vrij snel erna volgde vele andere landen. Nederland was het laatste West-Europese land dat Israël erkende in 1949, vanwege de angst dat dit woede zou oproepen bij de miljoenen moslims die op dat moment in Nederlands-Indië woonden.


Terwijl de Israëliërs de oorlog van 1948 de Onafhankelijkheidsoorlog noemen, noemen de Arabieren het al-Nakba, oftewel de Catastrofe. 


De Syrische troepen werden in het noorden bij de kibbutz Degania tegengehouden met behulp van onder andere kannonen uit de 19e eeuw uit een nabijgelegen museum. 


De VN hadden twee weken na het uitroepen van de onafhankelijkheid van Israël een verbod ingesteld om wapens te leveren aan het hele gebied. Alleen Tsjecho-Slowakije (het huidige Tsjechië en Slowakije vormden toen één land) hield zich er niet aan en bevoorraadde Israël met de hoognodige wapens. 


Land dat Arabieren achterlieten toen zij vertrokken, kwam in 1953 door middel van een oude Ottomaanse wet toe aan de staat. Uiteindelijk werd het eigendom van de staat aangezien die gebieden sterk aan het vervallen waren.
 

 

Binnenkort vind je hier links.