de Oudheid

In dit stukje vertellen we je over de vroegste geschiedenis van het huidige Israël. Het is best moeilijk om te begrijpen wat er toen allemaal gebeurde omdat het duizenden jaren geleden plaatsvond. Toch weten we een heleboel over die periode dankzij oude bronnen en aan de hand van opgravingen.

KANAÄN

De geschiedenis van het gebied dat nu Israël heet, gaat erg ver terug. Dit komt onder andere vanwege de gunstige ligging ervan. Niet alleen bevindt het zich in een vruchtbaar gedeelte van het Midden-Oosten maar ook de oude culturen van Egypte en Mesopotamië (het huidige Irak) lagen vroeger om de hoek. Hierdoor liepen er veel handelsroutes door dit gebied heen met als gevolg dat er veel verschillende volkeren woonden.

Één van de meest bekende volkeren die hier woonden waren de Kanaänieten. Een oude naam voor deze omgeving was dan ook Kanaän. Deze mensen kenden tijdens de bronstijd (vanaf 5000 tot ongeveer 3000 jaar geleden) een bloeiende cultuur. Zij bouwden grote steden en veel tempels.
 

In dezelfde tijd vestigden zich in het land van Kanaän ook andere volkeren. Een grote groep zeelieden, vermoedelijk afkomstig van de Griekse eilanden, bouwde bijvoorbeeld kolonies aan de kust en noemde zich Filistijnen. Zij waren vooral gericht op handel en dankzij hun rijkdom bouwden ook zij steden, zoals Ashkelon en Gaza.

Verder had je in de regio van Kanaän ook bevolkingsgroepen met namen als Feniciërs, Amorieten en Hettieten. Hoewel ze soms onderling strijd hadden, namen ze wel veel gebruiken van elkaar over. De dominante cultuur was die van de Kanaänieten en daarom worden nagenoeg al die verschillende groepen als Kanaänitisch bestempeld.

ISRAËLIETEN

Volgens de overlevering kwamen de nakomelingen van Abraham, de aartsvader van de Joden, ongeveer 3500 jaar geleden ook naar Kanaän na een lange tijd in Egypte vastgehouden te zijn. Inmiddels hadden zij de naam Israëlieten gekregen naar Israël, een kleinzoon van Abraham. In de loop der tijd veroverden zij onder leiding van Jozua het grootste gedeelte van Kanaän.

De eerste tweehonderd jaar van de Israëlitische overheersing van Kanaän werd het land verdeeld onder twaalf stammen. Niemand was in feite de leider maar in tijden van nood trad een sterke man als tijdelijke leider op, de zogenaamde richter. Bijvoorbeeld tijdens de strijd tegen de Filistijnen waarvan de Israëlieten niet konden winnen en die hen steeds aanvielen. Deze periode wordt ook wel de tijd van de Richteren genoemd.

Hierna, ongeveer 3000 jaar geleden, kwam een koningshuis aan het hoofd van de Israëlieten. Het begon met Koning Saul, daarna Koning David en tot slot Koning Salomo. De laatste koning moest ter vervanging van de eeuwenoude tabernakel (een soort tent waarin belangrijke religieuze onderdelen werden bewaard) een tempel bouwen. Salomo bouwde deze tempel in de hoofdstad Jeruzalem. Dit werd het centrum van het joodse geloof.

TWEE VEROVERDE KONINKRIJKEN

Na de dood van Koning Salomo volgde een ruzie over de troonsopvolging en splitste het koninkrijk zich op in twee delen: Israël in het noorden met Samaria als hoofdstad en Juda in het zuiden met Jeruzalem als hoofdstad (kijk voor alle duidelijkheid op de kaart).

De scheiding tussen Israël en Juda kwam ook voort uit verschil in geloofsopvattingen. Terwijl de geestelijken in Israël de nadruk op het geloof in God legden, benadrukten de geestelijken van Juda het belang van de tempel en de tempelpriesters.

Ongeveer 2700 jaar geleden werd het noordelijke Israël veroverd door de Assyriërs, een volk afkomstig uit het noorden van het huidige Irak. Twee eeuwen later werd ook Juda door de Babyloniërs, een volk afkomstig uit het zuiden van Irak, veroverd. Hierbij werd Jeruzalem geplunderd en de joodse tempel verwoest. Terwijl de leiders van Israël afgevoerd werden en nooit meer terug kwamen, zijn de leiders van Juda later terug gekeerd.

De Israëlitische leiders uit Juda mochten in Babylon, de hoofdstad van de Babyloniërs ongeveer 80 km onder het huidige Bagdad, een relatief vrij leven leiden. Hierdoor ontwikkelden de geestelijken een nieuwe kijk op het joodse geloof. Net als in het verwoestte Israël werd nu de nadruk gelegd op het geloof in God en nam de tempel nu een ondergeschikte plaats in. Tijdens deze Babylonische ballingschap ontwikkelde het joodse geloof en de Joodse identiteit zich dus steeds verder.

Toen de Perzen, afkomstig uit hedendaags Iran, onder leiding van Koning Cyrus II Babylonië veroverden, waren de Joodse leiders weer vrij om te vertrekken. Duizenden Israëlieten verlieten daarop Babylon en keerden terug naar Juda. Hier bouwden zij hun tempel weer opnieuw: er wordt dan ook gesproken over de Eerste Tempel en de Tweede Tempel.

 

 

De taal die Kanaänieten spraken komt uit dezelfde familie als het Hebreeuws en Arabisch: het Kanaänitisch was een Semitische taal. Semitische talen lijken net als Germaanse talen zoals Nederlands en Duits erg veel op elkaar. Hebreeuws en Arabisch lijken dus ook op elkaar!


De naam Filistijnen is waarschijnlijk afgeleid van het Hebreeuwse ‘pelesh’ wat binnenvallen betekent. 


Israël heette eerst Jacob maar hij kreeg ruzie met een engel. Nadat deze Jacob na een worsteling gezegend had, veranderde de engel Jacob’s naam in Israël: “hij worstelde met God”.

 

(Binnenkort vind je hier een link)