Opbouw en oorlog

In dit stukje lees je over de eerste jaren van het huidige, onafhankelijke Israël. Terwijl er hard gewerkt werd om het land tot bloei te brengen en om iedere vluchteling een goed bestaan te geven, braken verschillende oorlogen met de Arabische buurlanden uit. Deze hadden grote gevolgen voor de Israëlische samenleving.

VLUCHTELINGEN EN OPBOUW

Nu Israël een onafhankelijk land was geworden moest er hard gewerkt worden om alles op orde te krijgen. Niet alleen was het een immense klus om de overheid vanaf de grond op te bouwen maar moesten er ook voorzieningen getroffen worden om de vele immigranten op te vangen. In de eerste drie jaar na de oorlog zochten namelijk 700.000 Joodse vluchtelingen uit Arabische en Europese landen hun toevlucht tot Israël. Vooral de Arabische Joden moesten in hun haast al hun bezittingen in hun geboorteland achterlaten en waren volledig afhankelijk van de staat voor hun levensonderhoud. Zij woonden bijvoorbeeld jarenlang in tentenkampen.

Terwijl de toestroom van Joden de eerste jaren alsmaar bleef groeien, ontving Israël veel financiële hulp van Joden uit de rest van de wereld. Daarnaast regelde de eerste gekozen premier, Ben-Goerion, dat West-Duitsland schadevergoeding betaalde aan zijn land. Hierdoor werd het contact met het land dat de Joden zoveel ellende had gebracht hersteld. Veel Israëliërs vonden dit echter ongepast en er waren toen ook veel demonstraties.

Aanvankelijk onderhield Israël ook goede contacten met zowel de Verenigde Staten als de Sovjet Unie, ondanks de Koude Oorlog die na de Tweede Wereldoorlog tussen die twee wereldmachten ontstaan was. In 1952 was het echter duidelijk dat de regering van de Sovjet Unie, en dan vooral de dictator Stalin, stiekem sterke antisemitische overtuigingen had. Rond 1948 werden veel joodse intellectuelen verdacht van samenzwering tegen de staat en opgesloten of vermoord. Sinds die tijd vormen Israël en de Verenigde Staten een hecht bondgenootschap dat zelfs vandaag nog erg sterk is.

SUEZ OORLOG

Hoewel er een wapenstilstand was gesloten met Egypte bleef de situatie gespannen. Het blokkeerde in 1956 de toegang van schepen tot de Golf van Akkaba waardoor Eilat over het water niet meer bereikbaar was. Bovendien pakte Egypte het Suezkanaal van een Brits-Frans bedrijf af en liet het geen Israëlische schepen meer door. Aangezien Israël voor de import van goederen nagenoeg helemaal afhankelijk was van de scheepvaart, bracht dit enorme economische schade met zich mee.

Samen met Frankrijk en Groot-Brittannië beraamde Israël een aanval op Egypte om het Suezkanaal weer vrij te geven: de Suez Oorlog. Op 29 oktober begon het offensief aan de grens tussen Israël en Egypte. Binnen korte tijd was de hele Sinaï en het Suezkanaal in Israëlische handen. Terwijl Frankrijk en Groot-Brittannië zich voordeden als de neutrale partijen die de vrede kwamen brengen, moesten alle partijen zich onder druk van Amerika en de Sovjet Unie in maart 1957 terugtrekken en plaats maken voor een VN-vredesmacht genaamd United Nations Emergency Force (UNEF). Hoewel het Suezkanaal weer vrijgegeven werd, mochten Israëlische schepen vaak niet doorvaren van de Egyptenaren.

ONTWIKKELING

Ondertussen ontwikkelde Israël zich in rap tempo tot een erg moderne samenleving. Veel immigranten vestigden zich in de steden en vonden snel een baan. Om meer vruchtbaar land te creëren voor alle nieuwkomers werd in 1964 een enorm irrigatieproject afgemaakt: rivierwater uit de Jordaan werd door middel van een enorme buis naar het zuiden vervoerd. Hierdoor kwam woestijngrond tot bloei en konden steden zich ook hier ontwikkelen.

Eindelijk konden de Joodse Israëliërs beginnen met de opbouw van een normaal bestaan. Ook het leven van de Arabische Israëliërs werd steeds makkelijker. Sinds de Onafhankelijkheidsoorlog golden er bijzondere veiligheidsmaatregelen voor hen. Zo was het lange tijd lastig voor hen om te reizen en gold er in Arabische gebieden een avondklok. Deze maatregelen werden echter opgeheven in 1966 en sindsdien zijn alle Israëliërs, zowel Joden als Arabieren, volledige burgers met alle rechten en plichten vandien. De enige uitzondering hierop is dat Arabische Israëliërs geen militaire dienstplicht hebben.

ZESDAAGSE OORLOG

In 1967 liepen de spanningen tussen Israël en haar Arabische buurlanden weer op: Egypte verzamelde troepen aan de Israëlische grens, terwijl Syrische troepen aan hun kant van de grens opgebouwd werden. De Egyptische radio repte van een nieuwe genocide, wat verwees naar de Tweede Wereldoorlog met de genocide van de Joodse bevolking van Europa. Dit bracht de Israëlische regering ertoe alle reservetroepen op te roepen en klaar te maken voor een mogelijke oorlog.

Terwijl het duidelijk werd dat het een kwestie van dagen was voordat zijn land aangevallen werd, gaf de toenmalig Israëlische premier Levi Eshkol de opdracht de eerste klap uit te delen: de luchtmacht van zowel Egypte als Syrië werden op 5 juni 1967 vernietigd door Israëlische vliegtuigen. Vrij snel daarna wisten Israëlische troepen hun aanvallers tegen te houden en zelfs ver terug te dringen: Gaza, de Sinaï, de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem en de Golan Hoogten werden bezet gebied binnen slechts zes dagen. Na deze zes dagen werd een wapenstilstand onder toezicht van de VN aanvaard door alle Arabische partijen. Deze oorlog heet dan ook de Zesdaagse Oorlog.
 

 

Israël ontving de eerste jaren van onafhankelijkheid veel financiële hulp van Nederlanders. Zo werden er collectes gehouden om geld in te zamelen voor de nieuwe Joodse Staat.

 

Binnenkort vind je hier links.