Grieken en Romeinen

Hieronder kan je lezen wat er gebeurde met de Israëlieten toen de Grieken en later de Romeinen de baas werden in het Midden-Oosten. Zij probeerden de Joden te onderdrukken en kregen daarom vaak te maken met opstanden.

GRIEKEN EN MAKKABEËRS

Het Perzische Rijk, waartoe het Midden-Oosten behoorde, werd ongeveer 300 jaar voor nul veroverd door Alexander de Grote. Hij was de heerser van de Grieken en met zijn enorme veroveringen bracht hij de Griekse cultuur naar alle delen binnen zijn wereldrijk. Het gebied wat nu Israël heet kwam vrij snel na Alexander’s overlijden onder leiding te staan van de Seleuciden, een Grieks georiënteerd koningshuis gevestigd in het hedendaagse Syrië.

De Seleucidische koning Antiochus IV Epiphanes eiste van de Joden dat zij een beeld van zijn Syrisch-Griekse oppergod zouden plaatsen in hun tempel en varkens zouden slachten binnen het gebouw: een grote belediging! Toen de Joden, op initiatief van de joodse priester Mattathias en zijn zoon Judas de Makkabeër, hiertegen in opstand kwamen, liet Antiochus duizenden Joden ombrengen en plunderde hij de tempel.

Toch slaagde de opstand. De herovering van de geplunderde tempel in Jeruzalem wordt nog jaarlijks herdacht met Chanoeka. Na het overlijden van Antiochus slaagde de broer van Judas de Makkabeër, Simon, erin de Joodse staat onafhankelijk te maken. Hij werd de eerste koning binnen het zogenaamde Hasmonese koningshuis van een nieuwe onafhankelijke Joodse staat. De eerstvolgende koningen breidden het grondgebied uit totdat het ongeveer de grootte kreeg van het oorspronkelijke land onder Koning Salomo.

ROMEINEN

Na enkele generaties koningen brak onenigheid uit over de opvolging: moest Hyrcanus of Aristobulus de volgende koning worden? Inmiddels was het Romeinse Rijk in opkomst in het Midden-Oosten en vanwege de onderlinge strijd kon de Romeinse generaal Pompeius zijn macht in het Joodse koninkrijk vergroten. Immers, beide troonopvolgers wilden zijn steun hebben.

Uiteindelijk werd het Joodse koninkrijk enkele jaren later tijdens het bestuur van Julius Caesar een provincie binnen het Romeinse Rijk onder de naam Iudaea, wat niet alleen Juda maar ook het niet-joodse Idom (in Latijn: Idumaea) omvatte dat ten zuiden van Juda lag. Antipater, de Idomitische Romeinse gouverneur van Iudaea, onderhield goede relaties met Caesar en toen zijn zoon trouwde met een Hasmonese prinses kwam een nieuwe dynastie aan de macht: het Herodiaanse koningshuis in plaats van het Hasmonese.

De zoon van Antipater was de fameuze Herodes de Grote. Hoewel hij zeer geliefd was bij de de Romeinen was hij geen populaire koning bij de Joden vanwege zijn niet-Joodse afkomst. Bovendien inde hij erg veel belasting om zijn bouwprojecten te kunnen betalen. Zo bouwde hij paleizen in Caesarea, Jeruzalem en Jericho. Daarnaast vergrootte en verfraaide hij wel de bestaande joodse tempel. Echter, hij liet het Romeinse wapen met een adelaar boven de deur aanbrengen: een grove belediging voor de Joden!

OPSTAND TEGEN ROMEINEN

Tijdens de regeerperiode van de kleinzoon van Herodes, Agrippa II, nam de weerstand tegen de Romeinse overheersing steeds meer toe. Naast de hoge belastingen en de eis dat er een standbeeld van de Romeinse keizer werd geplaatst in de tempel, was het de diefstal van geld uit de schatkamer van de tempel die de emmer deed overlopen: de Joden kwamen in opstand.

In het jaar 66 begonnen Joodse strijdkrachten Romeinse eenheden aan te vallen. Al snel stuurde keizer Nero zijn generaal Vespasianus om de opstand te onderdrukken. Terwijl hij het noorden van Iudaea snel onder controle had en zijn belegering van Jeruzalem moest beginnen, keerde hij terug naar Rome na de dood van Nero om de troon op te eisen. Titus, de zoon van Vespasianus, wist Jeruzalem na twee jaar binnen te vallen.

Titus en zijn strijdkrachten verwoestten de stad en de tempel. Honderdduizend mensen werden vermoord en de rest van de overlevenden werden als slaven verkocht. Enkele jaren later werd de kandelaar uit de tempel van Jeruzalem als teken van overwinning door de straten van Rome gedragen. Op de triomfboog van Titus in Rome kan je dit nog steeds zien!

Na Jeruzalem waren er nog een paar plaatsen van verzet. De laatste was het fort Massada, gelegen op een hoog plateau vlakbij de Dode Zee. Terwijl een Romeinse overwinning op handen was, pleegden alle duizend Joodse soldaten collectief zelfmoord in plaats van zich over te geven.

In het jaar 115 begonnen de groepen Joden die naar Noord-Afrika en Cyprus gevlucht waren in opstand te komen. Deze tweede opstand, die ook wel de Kitosoorlog genoemd wordt, werd op felle wijze neergeslagen in de verschillende delen van het Romeinse Rijk door keizer Hadrianus. Het eindigde na twee jaar met de slachting van vele Joden die in Lydda, het huidige Lod in Israël, woonden.

BAR KOKHBA

De derde opstand vond plaats in het jaar 132 en heet ook wel de Bar Kokhba Opstand. Niet alleen wilde Keizer Hadrianus het verwoestte Jeruzalem als een Romeinse stad herbouwen, compleet met een nieuwe tempel maar dan voor de Romeinse god Jupiter, maar hij stelde ook een verbod in voor besnijdenis, wat onder Joodse jongens gebruikelijk is.

Dit riep veel woede op bij de Joden. Onder leiding van Simon Bar Kokhba ontsprong een nieuwe en welbedachte opstand, georganiseerd vanuit de joodse rechtbank Sanhedrin in Yavne. Na de eerste successen riep hij een onafhankelijke Israël uit. Dit bleef tweeëneenhalf jaar lang bestaan met Simon Bar Kokhba aan het hoofd.

De Romeinen stuurden een enorme troepenmacht naar het Midden-Oosten. Hoewel het lang duurde, veroverden zij stad na stad. Na de val van Jeruzalem en de overwinning op de laatste Joodse strijders bij het fort van Betar, kwam een einde aan deze laatste Joodse opstand in 135.

DIASPORA

Hadrianus wilde elke verwijzing naar het jodendom verwijderen. Zo stelde hij een verbod in van de Torah, het gebruik van de joodse kalender en executeerde hij joodse intellectuelen. De naam Judea en Iudaea werden vervangen door Syrisch Palestina, waarbij Syrisch verwijst naar de naastgelegen Romeinse provincie Syrië en Palestina een verwijzing is naar de zogenaamde vijanden van de Joden, de Philistijnen. Jeruzalem werd hernoemd tot Aelia Capitolina en was verboden gebied voor Joden. Hierdoor werd het centrum van Joodse cultuur Babylon, waar nog altijd veel Joden woonden.

Als gevolg van de conflicten tussen Joden en Romeinen is het Joodse volk verspreid geraakt over de hele wereld in de zogenaamde Diaspora. Hoewel Keizer Constantijn later veel beperkingen voor de Joden ophief en er altijd een grote groep Joden in Jeruzalem en omgeving is blijven wonen, was het merendeel van de Joden in Afrika, Europa en Azië terecht gekomen. Zie hiervoor de pagina over Israëliërs.
 

 

Het Hasmonese koningshuis is vernoemd naar de familie van Mattathias en zijn zonen: de Hasmoneërs.

 

De archeologe Jennifer Peersmann heeft onlangs een spannend boek geschreven over het oude Israel. Het gaat over ene Daniel die net in Sion (Jeruzalem) is komen wonen en die graag z'n handen uit de mouwen wil steken om de nieuwe stad te helpen bouwen. Maar zijn grote broer sluit hem buiten. Omdat hij toch zijn steentje wil bijdragen, gaat Daniel samen met zijn vriendinnetje Elat op zoek naar een schat voor de koning. Tijdens een wilde achtervolging vol verassingen en avontuur proberen ze in een verborgen grot onder het paleis van de koning te komen. Maar de bewakers staan overal en de weg naar de schat lijkt niet zo eenvoudig als ze hadden gedacht. Duistere gangen vol gevaren, ijskoude waterbronnen, geheime tunnels en gruwelijke beesten komen op hun pad. Zou het ze lukken om de schat te vinden en die aan de koning te geven?

Ga naar de website van Jennifer Peersmann voor meer informatie.