Golfoorlog

In 1991 bevond Israel zich in een moeilijke periode. Het was het jaar waarin de Verenigde Staten Irak aanviel, omdat dat land illegaal Koeweit was binnen gevallen. Irak beschoot Israel toen met raketten. Het waren zware Scud-raketten. 

Op 18 januari raakten acht Scud-raketten - elk met een kop met explosieven van maar liefst 500 kilogram - de Israëlische bodem. Sommigen omschrijven het als een wonder dat slechts twee Israëlische burgers bij deze raketaanvallen om het leven waren gekomen. Zo'n 230 Israelische burgers raakten gewond.

De Israelische luchtmacht wist sommige van de raketten neer te schieten voordat ze de grond raakten. De Nederlandse Koninklijke Luchtmacht hielp Israel door Patriot-raketten in te zetten. Het Patriot raketsysteem zou Scudraketten tegen moeten gaan. Het Nederlandse ministerie van Defensie gaf later toe dat het systeem niet echt altijd hielp, maar dat het wel bijdroeg aan een gevoel van veiligheid voor de Israelische burgers.

Tijdens de Golfoorlog wordt Israel door de Verenigde Staten verzocht om geen wraak te nemen. Het was een angstig moment, omdat Israel bang was dat Irak chemische of biologische wapens zou gaan inzetten, zoals het dat ook gedaan heeft op zijn eigen Koerdische bevolking in het noorden van het land. Gelukkig werden dergelijke wapens niet gebruikt tegen Israel.

Irak lanceerde de meeste raketten in de nacht, want dat was het moment dat het Iraakse leger het minst te vrezen had voor de overvliegende Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. De meeste raketten werden op Tel Aviv afgevuurd. Israel beschikte toen ook al over een systeem dat burgers kon waarschuwen als zo'n raket werd afgevuurd. Een luchtalarm klonk dan, zodat ze de schuilkelders in konden vluchten. 

Op de Westelijke Jordaanoever werden Palestijnse burgers op de daken gezien die juichten bij het zien van een raket richting Tel Aviv. Het toonde aan dat er snel vrede moest komen tussen de Israeliers en Palestijnen.