Eerste Intifada

De jaren '80 gaven Israel veel problemen en uitdagingen. Ze hebben tot op de dag van vandaag nog steeds invloed. Gelukkig waren er niet alleen maar problemen. De jaren 80 kende ook wat voordelen voor Israel.

Intifada

Een van de problemen waar Israel mee te kampen had was de intifada. Dat woord betekent "verzet" in het Arabisch en werd gebruikt door strijdende Palestijnen. Palestijnen zijn een groep Arabieren die komen uit het gebied dat vandaag Israel, Gaza en Westelijke Jordaanoever, Jordanie, Syrie en Libanon omvat.

Over de gehele wereld zijn er ongeveer 10 miljoen Palestijnen. Van hen wonen 2,5
miljoen op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook; gebieden die voor 1967 door Egypte en Jordanie werden bezet en later door Israel. Een miljoen Palestijnen wonen in Israel. Iedere vijfde inwoner van Israel is Palestijn. 

In 1987 begonnen de Palestijnen uit de Gazastrook in het kleine stadje Jabalia te rellen. Jabalia ligt in de buurt van Gaza City. Er kwamen meer rellen en de Israelische veiligheidstroepen waren niet in staat deze te stoppen. De Palestijnen die deze Palestijnse opstand (intifada) georganiseerd hadden, behoorden tot de PLO-beweging (Palestijnse BevrijdingsOrganisatie). Zij en hun leider, Yasser Arafat, vonden dat Israel vernietigd moest worden. Het land mocht van hen niet langer blijven bestaan. Op die plaats zou een Palestijns land gebouwd moeten worden. Ongeveer 1.000 Palestijnen en 164 Israeliers werden gedood tijdens deze intifada.

Het duurde zeven jaar voordat de PLO het bestaansrecht van Israel erkende. Dat betekent dat de PLO het ging accepteren dat Israel bestaat. Israel zou wel moeten aanvaarden dat ook de Palestijnen recht hadden om een eigen land te krijgen.

De intifada veranderde de manier waarop mensen in andere landen naar Israel keken. Velen vonden dat Israel niet langer de controle mocht hebben over de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Vandaag hoor je deze mening ook nog steeds.