Byzantijnen en Arabieren

In dit stukje lees je hoe het huidige Israël vanaf 313 onderdeel werd van een christelijk en later een islamitisch rijk. Er veranderde veel in het gebied: de Joden werden een minderheid en iedere overheerser liet zijn eigen culturele indruk achter. Dit maakte van het Midden-Oosten een smeltkroes van geloven en culturen, iets wat vandaag nog steeds duidelijk aanwezig is.

CHRISTELIJKE BYZANTIJNEN

Terwijl het Romeinse Rijk langzaam in twee delen brak, kwam Palestina in het oostelijk gedeelte ervan te liggen. Het viel onder de nieuwe hoofdstad Byzantium, het huidige Istanbul. Deze periode, van 313 tot 636, heet dan ook de Byzantijnse periode.

Het christelijk geloof was sinds het ontstaan ervan aan het begin van de jaartelling binnen een paar generaties uitgegroeid tot een volwaardige religie. Het werd het officiële geloof van het Romeinse Rijk nadat keizer Constantijn de Grote zich hiertoe bekeerde. In Palestina nam het aantal christenen ook enorm toe. Met de nog geldende beperkende maatregelen voor Joden leek dit gebied ineens een sterk christelijk karakter te krijgen, zeker met alle kerken en religieuze gebouwen die overal gebouwd werden.

Met uitzondering van een korte bezetting van het gebied door de Perzen tussen 613 en 629, hadden de Joden van Palestina weinig rechten onder de Byzantijnse bestuurders. Dit kwam nog steeds voort uit de opstandige reputatie die de Joden sinds een paar honderd jaar hadden.

ISLAMITISCHE ARABIEREN

In het jaar 636 werd Palestina veroverd door Arabieren. Inmiddels had de islamitische profeet Mohammed zijn geloof op het Arabisch schiereiland geïntroduceerd. Deze nieuwe islamitische heersers vormden aanvankelijk geen probleem voor de Joden in dit gebied. Sterker nog, ze kregen bijvoorbeeld weer toestemming om in Jeruzalem te wonen. Daarentegen werden zij wel verplicht meer belasting te betalen.

De leiders van de Arabieren, de kaliefen, noemden dit nieuwe deel van het rijk Palestina. Zelf hadden ze namelijk nog geen naam voor dit gebied dus gebruikten zij een deel van de Romeinse naam, Syrisch Palestina.

Terwijl Joden en christenen meestal grotendeels trouw bleven aan hun eigen geloof en cultuur, namen de meeste andere bevolkingsgroepen in Palestina langzaamaan de Arabische cultuur en het islamitische geloof over. Aangezien de meeste groepen door de eeuwen heen met elkaar vermengd raakten, heeft deze “arabisering” uiteindelijk ertoe geleid dat die mensen zichzelf als Arabisch beschouwen niet meer bijvoorbeeld Hettitisch.

JODEN EN ARABIEREN

Zoals de Arabische christenen aantonen, was de “nieuwe” Arabische afkomst niet aan geloof verbonden. Om het anders te zeggen: terwijl niet-christenen en niet-Joden de Arabische cultuur en het islamitisch geloof overnamen, herkenden christenen zich gezien hun lokale afkomst nu weliswaar als Arabier maar dan met een ander geloof. Joden hadden van oudsher een andere afkomst en herkenden zich dus geheel niet als Arabisch.

Aan het einde van ruim 400 jaar Arabische overheersing was de Joodse gemeenschap een aardig uitgedunde minderheid. Immers, vanwege de hoge belastingen en toch steeds meer beperkende maatregelen weken veel Joden uit naar het buitenland. Daar komt bij dat de meerderheid van de niet-Joodse bevolking islamitisch was geworden.

Deze islamitische overheersing was een doorn in het oog van Europese christenen. Immers, steden als Jeruzalem, Nazareth en Bethlehem waren door andersgelovigen bezet terwijl dit voor christenen belangrijke plaatsen zijn. Na een oproep van de paus in Rome verzamelden zich vele soldaten om Palestina te bevrijden: de Kruisvaarders.
 

 

Binnenkort lees je hier een aardig feitje.

 

Binnenkort vind je hier links.