Hoe houd je een goede spreekbeurt?

Voor een spreekbeurt ga je een beetje hetzelfde aan de slag als met een werkstuk:

  1. Je zoekt een onderwerp uit (bijvoorbeeld ooievaar)
  2. Je verdeelt dit onderwerp in delen (bijvoorbeeld: hoe ziet de ooievaar eruit, waar leeft de ooievaar van, de ooievaar is een trekvogel enzovoort)
  3. Dan ga je op zoek naar meer informatie over het onderwerp. Ook zoek je naar wat spulletjes die met het onderwerp te maken hebben en die leuk zijn om te gebruiken tijdens de spreekbeurt. In mijn voorbeeld van de ooievaar kan je denken aan een veer of een grote poster waarop je de trektocht van de ooievaar afbeeldt.
  4. Als je dat klaar hebt, moet je de informatie die je hebt verzameld goed doorlezen. Je schrijft dan op wat je wilt gaan zeggen: “Mijn spreekbeurt gaat over de ooievaar. De ooievaar is een vogel,… enzovoort.”
  5. Ben je klaar daarmee, dan moet je de belangrijkste woorden uit dat stukje even opschrijven. Bij het lezen van de kernwoorden Nederland, Israel en Zuid-Afrika, weet je dan al dat je moet gaan praten over de trektocht van de ooievaar. Die lijst met belangrijkste woorden neem je mee de klas in. Daar kan je dan af en toe naar kijken tijdens je spreekbeurt. Onthoud wel dat je vooral de klas in moet kijken en niet op je briefje moet staren!
  6. En een laatste tip: Oefen thuis een keer voor je ouders, broertjes of zusjes of voor de spiegel, voordat je de spreekbeurt gaat houden.