Jeroesjalajiem sjel zahav

Hoe mooi is de stad Jeruzalem eigenlijk? In 1967 componeerde Naomi Shemer dit prachtige lied. Het is een moeilijk gedicht en lastig te vertalen vanuit het Hebreeuws naar het Nederlands, maar we hebben ons best gedaan! Zing het mooie lied over de gouden stad Jeruzalem mee! Links staat de uitspraak en rechts de vertaling.

(De tekst in het donkergrijs wordt niet gezongen in het lied zoals deze op onze site staat. Dat komt omdat Jeruzalem na 1967 herenigd werd en de Tempelberg weer regelmatig bezocht kon worden).

JEROESJALAJIEM SJEL ZAHAV
JERUZALEM VAN GOUD

Avier hariem zaloel kajajien

De lucht boven de berg is zo helder als wijn

Ve-reja oraniem

en de geur van sparren
Niesa be-roe'a ha'arbajiem drijft op de wind bij schemering
Im kol pa'amoniem met het geluid van de klokken.


Oe-v'-tardemat ielan va-even En in de sluimering van de bomen en steen
Sjvoeja ba-galoma gevangen in haar droom

Ha-ier asjer badad josjevet

De stad die afgezonderd ligt
Oe-ve-liebba goma
en in haar hart is een muur.
   
(Refrein:)
(Refrein:)
Jeroesjalajiem sjel zahav Jeruzalem van goud,
Ve-sjel nechosjet ve-sjel or en van koper, en van licht
Ha-lo le-chol sjirajiech Voor al uw liederen
Anie kienor. ben ik een viool.
   
Eiga javsjoe borot ha-majiem Hoe de waterputten opgedroogd zijn
 Kiekar ha-sjuk reika Het marktplein leeg is
 Ve-ein poked et Har ha-Bajiet en niemand vaak de Tempelberg bezoekt
 Ba-ier ha-atieka in de oude stad.
   
 Oe-va-me'arot asjer ba-sela En in de grotten van de berg
 Mejallelot roehot huilt de wind
 Ve-ein jored el Jam ha-Melach en niemand daalt af naar de Dode Zee
 Be-derech Jericho langs de weg van Jericho.
   
 (Refrein)  (Refrein)
   
Hazarnoe el borot ha-majiem We keerden terug naar de waterputten,
La-sjoek ve-la-kiekar naar de markt en naar het plein
Sjofar kore be-Har ha-Bajiet (Een) Ramshoorn roept op de Tempelberg
Ba-ier ha-atieka in de oude stad.
   
Oe-va-me'arot asjer ba-sela En in de grotten van de berg
Alfej sjemasjot zorchot hebben duizenden zonnen geschenen
Nasjoev nered el Jam ha-Melach en opnieuw dalen we af naar de Dode Zee
Be-derech Jericho. langs de weg van Jericho.
   
(Refrein) (Refrein)
   
Ach be-vo'i ha-jom la-sjier lach Maar de dag waarop ik gekomen ben om voor u te zingen
Ve-lach lieksjor k'tariem en om u met kronen te loven
Katontie mie-tse'ier bana'iech Ik ben de kleinste van uw jongste kinderen
Oe-me-aharon ha-mesjoreriem en de laatste van de dichters
   
Kie sj'mech zorev et ha-sefatajiem Vanwege jouw naam branden de lippen
Ke-nesjiekat saraf als de kus van Seraf
Im esjkachech Jeroesjalajiem Moge ik U niet vergeten, Jeruzalem,
Asjer koella zaha. die van louter goud is.
   
(Refrein) (Refrein)